Getijdenbrief II – Tussen Delta en Kust

De winter laat zich nog zien in de Rijndelta en tegelijk ontwaakt de lente voorzichtig.

De stuwwal rijst op uit het vlakke land. Bomen tekenen zich af tegen een bleke lucht. De Waalbrug en het silhouet van Nijmegen liggen gehuld in nevel. Het water beweegt nauwelijks zichtbaar.

Het is fris. Dampende adem mengt zich met de warmte van de runderen rond de Bisonbaai. Een dunne laag sneeuw legt het dagelijks leven even stil. Verkeer vertraagt. Fietsen vraagt aandacht. Mensen haasten zich toch.

Het ritme van de natuur gaat onverstoorbaar voort.

De stuwwal ligt daar als een herinnering aan ijs dat ooit oprukte en weer smolt. Wat bleef is beschutting. Geulen, rivieren, bossen. Een plek waar leven zich vestigde.

Rijken kwamen en gingen. De rivier bleef stromen.

In De Blauwe Hand wordt al eeuwen bier geschonken en dat proef ik. Op de markt eet ik een zoute haring bij de staart. Handel, bestuur, gesprek — het gebeurt zonder aankondiging.

De rivier is grens en verbinding tegelijk. Zij voert naar zee en naar het binnenland.

Het water stroomt hier anders dan aan de kust. Het breekt niet. Het vertraagt.

Maar het vraagt hetzelfde: aandacht.

Terwijl in de delta de lente voorzichtig ontluikt, ploegt de ijsbreker door het dikke ijs van de Greifswalder Bodden. Het water is hier niet vertraagd, het is vastgezet.

Voor de haven ligt een uitgestrekte ijsvlakte. De wind is scherp. Het licht weerkaatst fel. De KoCo staat nog op de wal, wachtend op onderhoud en op water.

Ten noorden rijzen de krijtrotsen hoog boven zee en ijs uit. Wit tegen winterlucht. Het landschap draagt de sporen van geweld en tijd.

In Stralsund bestel ik een Stralsunder in de oude Hafenkneipe Zur Fähre. Aan tafel zitten inwoners en reizigers. Er wordt gesproken over wat was en over wat nu speelt. Het verleden schuift aan zonder zich op te dringen.

Volken kwamen en gingen. Steden groeiden. Het water bleef bewegen.

Hier breekt het water. In de delta vertraagt het.

Tussen beide ligt geen rechte lijn, maar beweging.

Water dat verbindt zonder zich vast te leggen.
Dat vertraagt waar het kan en breekt waar het moet.

En wie luistert, hoort onder ijs en rivier, onder gesprek en stilte, steeds hetzelfde ritme.

Piet-Hein

Onderweg