


Voor Hiddensee begint, is er Stralsund.
De plek vanwaar de Weiße Flotte vertrekt naar Schaprode, naar Breege en vooral naar Hiddensee.
Niet ver van de kades, de mensen en de schepen,
vergroeid met de poort in de eeuwenoude stadsmuur,
is er „Zur Fähre“.
Daar ga ik even voor de wal met de KoCo.
Mensen komen hier samen.
Een tafel.
Een bankje.
Een Stralsunder van de tap.
Een gesprek ontstaat.
Waar kom je vandaan?
Waar ga je heen?
Een verhaal wordt gedeeld.
Geen afspraak.
Geen verwachting.
Ont-moeten.
Misschien begint Hiddensee daar al.
Nog vóór het schip vertrekt.
Dan gaan de leinen los.
KoCo gaat van wal.
Het water opent zich
en langzaam blijft het silhouet van Stralsund achter.
De koers voert door de ondiepten van de Bodden, langs eilanden.
Hoog aan de wind en soms wat ruimer.
Zon, lucht en wind kleuren het water.
De vuurtoren Dornbusch, hoog op de steile kust, komt dichterbij.
Hiddensee is smal, lang en ademt ruimte.
Ruimte om te lopen.
De luchten kunnen dreigen,
maar ook openbreken in diepblauw.
Wolken trekken voorbij,
telkens anders van vorm en kleur.
Het gouden ochtendgloren
en het vlammende avondrood
doen mij verstillen.
Dan kan ik alleen maar kijken.
De zon is voelbaar.
In het licht.
In de kleuren.
Op mijn huid.
Aangenaam warm.
Niet heet.
Ik volg het spoor,
niet het dier.
De ochtenddauw maakt mijn schoenen nat.
Ik loop verder.
Er hoeft niets.
En juist daardoor zie ik meer.
Een spoor.
Omgewoelde aarde.
Een kaal geschuurd stammetje.
Mijn nieuwsgierigheid volgt.
Een klomp aan elkaar gekleefde keutels.
Een wild zwijn is hier geweest.
Ik wil dichterbij.
Maar ergens voel ik:
niet verder.
Ik ben hier te gast.
Dichtbij genoeg om te voelen.
Ver genoeg om ruimte te laten.
De wind beweegt door het gras.
Ik luister.
Ik kijk.
Ik ruik de ochtend.
En langzaam verdwijnt het onderscheid
tussen mij en wat ik waarneem.
Ik ben niet alleen hier.
Ik ben er deel van.
Misschien is dat wel aandacht.
Niet alles aanraken.
Niet alles willen weten.
Soms is kijken genoeg.
En dan ligt er ineens iets in mijn hand.
Bernstein.
Een klein stukje tijd.
Gevormd uit hars,
gedragen door water,
afgesleten door wind en kust.
Duizenden, duizenden jaren oud.
En nu hier.
Op mijn zeekaart.
Een stukje oeroude wereld
op mijn eigen reis.
Ik draag het mee.
Zoals ik deze plek meedraag.
Niet als iets om vast te houden.
Eerder als iets dat mij heeft aangeraakt.
Een licht.
Een ontmoeting.
Een spoor.
En ergens onderweg verandert waarnemen in verwonderen.
Verwonderen in ervaren.
Ervaren in worden.
Niet iemand anders worden.
Maar langzaam,
laag voor laag,
worden wie ik ben.
Piet-Hein..
Unterwegs
Alle getijdenbrieven vind je op https://beleefjezelfindenatuur.nl/