
Ik vertrek uit Nijmegen in helder licht.
Aan het einde van de dag zal ik onder de sterren bij de KoCo staan.
De reis voert langs bekende lijnen.
Wegen die al jaren hetzelfde voelen.
Pas wanneer het noorden opent, wordt het rustiger.
Het landschap wijder, de lucht lichter.
Als Stralsund en Greifswald naderen, voel ik de aantrekkingskracht van “der Insel”.
Het is donker wanneer ik de Rügenbrücke passeer.
Onder de oude bomen van de lanen wordt het stil.
Vlak voor Lauterbach steken twee reeën over.
Ze kijken me aan, alsof ze zeggen: doe eens rustig aan.
Even later sta ik bij de KoCo.
Ze staat op de wal, tussen andere schepen, onder een heldere hemel vol sterren.
Ik leg mijn hand op de kiel.
We herkennen elkaar.
De nacht is koud.
Het dek glad van de vorst.
In de ochtend ligt de Bodden open onder een strak blauwe lucht.
Het ijs is verdwenen.
Er wordt gesproken over de winter die achter ons ligt.
Over hoe dik het ijs was, hoe er over het water gewandeld kon worden.
Ik loop het bos in bij de haven.
Oude bomen, grillig en sterk.
De steilwal tekent zich scherp af.
Zwerfkeien, riet, doorkijkjes over het water.
Hier vertraagt alles vanzelf.
Da oben ervaar ik rust, diepgang en echtheid.
In de natuur.
In gesprekken met mensen.
In eten en drinken.
In Stralsund sta ik aan de bar in de Alte Fähre.
Het is druk.
Felicitaties voor Franzi.
Steffen komt naar me toe en het gesprek stopt niet meer.
Mensen sluiten aan, blijven even, gaan weer verder.
Verhalen over vroeger en nu.
Er wordt gelachen.
Er wordt gedeeld.
De volgende dag eet ik een Matjesbrötchen en een Stremellachsbrötchen met een Lübscher in de zon.
Eenvoudig en goed.
Twee verse haringen gaan mee naar de KoCo voor de avond.
Ik kom om te werken aan mijn schip.
Maar ik blijf voor wat zich niet laat maken.
De rust.
De diepgang.
De echtheid.
Piet-Hein
Onderweg